Inleiding
Peesirritatie van de onderarmextensoren, vaak klinisch beschreven als laterale elleboogtendinopathie of “tenniselleboog”, komt regelmatig voor bij windsurfers. Hoewel windsurfen niet vaak wordt genoemd in de wetenschappelijke literatuur over laterale epicondylopathie, zijn de biomechanische belastingen tijdens het varen sterk vergelijkbaar met andere sporten en beroepen waarbij langdurig krachtig grijpen, polsextensie en herhaalde excentrische belasting optreden. De aandoening ontstaat meestal ter hoogte van de oorsprong van de extensor carpi radialis brevis (ECRB) op de laterale epicondyl van de humerus.
Binnen het windsurfen bestaan duidelijke verschillen tussen de disciplines wave, freestyle en slalom. Hierdoor verschillen ook de belastingsmechanismen die uiteindelijk kunnen leiden tot tendinopathie van de onderarmextensoren.
⸻
Anatomische Achtergrond
De belangrijkste spieren die betrokken zijn bij het vasthouden van de giek zijn:
* Extensor carpi radialis brevis (ECRB)
* Extensor carpi radialis longus (ECRL)
* Extensor digitorum communis
* Extensor carpi ulnaris
* Supinator
Deze spieren zorgen voor:
* Stabilisatie van de pols in extensie
* Krachtige grip op de giek
* Controle van pronatie- en supinatiebewegingen
* Schokabsorptie tijdens plotselinge trekkrachten van het zeil
De ECRB blijkt in vrijwel alle studies de meest kwetsbare structuur te zijn vanwege zijn anatomische ligging en relatief beperkte doorbloeding.
⸻
Algemene Ontstaanswijze van Extensor Tendinopathie
Moderne inzichten tonen aan dat de aandoening geen klassieke ontsteking is maar voornamelijk een degeneratieve tendinopathie.
Het proces verloopt doorgaans als volgt:
Fase 1: Mechanische Overbelasting
Tijdens langdurig varen moeten de onderarmextensoren voortdurend een lichte polsextensie handhaven om de giek vast te houden.
De combinatie van:
* hoge grijpkrachten
* polsextensie
* radiale deviatie
* vibraties
* schokbelasting
leidt tot hoge trekkrachten op de gemeenschappelijke extensorpees.
Fase 2: Microrupturen
Herhaalde belasting veroorzaakt microscopische beschadigingen van collageenvezels rond de peesaanhechting.
Wanneer herstel onvoldoende is ontstaat:
* verlies van collageenorganisatie
* verminderde treksterkte
* lokale zwakte van de pees
Fase 3: Angiofibroblastische Degeneratie
Chronische overbelasting leidt tot:
* toename van fibroblasten
* neovascularisatie
* disorganisatie van collageen
* toename van type III collageen
Dit wordt beschreven als angiofibroblastische hyperplasie.
Fase 4: Pijn en Verminderde Belastbaarheid
De pees wordt dikker maar biomechanisch zwakker.
Hierdoor ontstaan:
* pijn bij grijpen
* pijn bij polsextensie
* verminderde gripkracht
* ochtendstijfheid
⸻
Specifieke Belastingen per Windsurfdiscipline
Slalom Windsurfen
Belastingsprofiel
Bij slalom varen wordt vaak:
* met grote zeilen gevaren
* langdurig op hoge snelheid geplaneerd
* onder constante zeildruk gevaren
* met relatief weinig armontlasting gewerkt
De onderarmextensoren leveren langdurig een isometrische contractie.
Pathofysiologie
Hier ontstaat vooral:
Cumulatieve overbelasting
Door urenlange statische gripcontracties ontstaat:
* verminderde lokale doorbloeding
* ophoping van metabole afvalstoffen
* verminderde peesvoeding
* progressieve collageenschade
De situatie lijkt sterk op beroepsgebonden repetitieve overbelastingssyndromen.
Klinisch beeld
Typisch:
* geleidelijk ontstane klachten
* vaak dominante arm
* pijn na lange sessies
* ochtendstijfheid
⸻
Wave Windsurfen
Belastingsprofiel
Wave varen kent:
* sterk wisselende zeildruk
* veel corrigeren van de giekpositie
* klappen door chop
* schokbelasting bij sprongen
* onverwachte trekkrachten tijdens golfrijden
Pathofysiologie
Hier spelen vooral:
Excentrische piekbelastingen
Wanneer een golf plotseling aan het tuig trekt moeten de extensoren de pols stabiliseren terwijl deze naar flexie wordt gedwongen.
De ECRB wordt hierbij excentrisch belast.
Excentrische contracties veroorzaken relatief hoge peesbelasting en zijn sterk geassocieerd met het ontstaan van tendinopathie.
Klinisch beeld
Typisch:
* meer acute irritaties
* pijn tijdens manoeuvres
* pijn na zware golfsessies
* soms plots begin van klachten
⸻
Freestyle Windsurfen
Belastingsprofiel
Freestyle vormt waarschijnlijk de zwaarste belasting voor de onderarmextensoren.
Kenmerken:
* explosieve pop-bewegingen
* krachtige sheeting acties
* air manoeuvres
* rotaties
* harde landingen
* veel handwisselingen
Pathofysiologie
Hier ontstaat een combinatie van:
1. Hoge Gripkrachten
Tijdens moves zoals:
* Spock
* Kono
* Flaka
* Burner
moet de giek extreem stevig worden vastgehouden.
2. Schokabsorptie
Na de landing worden grote krachten via giek en mast naar de onderarmen geleid.
3. Excentrische Controle
Tijdens rotaties moet de pols voortdurend stabiliseren tegen wisselende trekkrachten.
Hierdoor ontstaan hoge piekspanningen op de ECRB.
Biomechanisch lijkt dit meer op racketsporten dan op klassieke slalom.
Klinisch beeld
Typisch:
* jongere sporters
* sneller ontstaan van klachten
* pijn tijdens tricks
* soms pijn direct na een crash of harde landing
Waarom Verschilt de Blessure tussen de Disciplines?
Hoewel peesirritatie van de onderarmextensoren binnen alle windsurfdisciplines voorkomt, verschillen de onderliggende biomechanische belastingsmechanismen aanzienlijk tussen slalom-, wave- en freestylewindsurfen. Deze verschillen bepalen in belangrijke mate de wijze waarop de pees beschadigd raakt en welke pathofysiologische veranderingen uiteindelijk ontstaan.
Bij slalomwindsurfen wordt de extensorpees voornamelijk blootgesteld aan langdurige isometrische belasting. Gedurende lange planerende rakken moet de surfer continu de giek vasthouden terwijl er een relatief constante trekkracht vanuit het zeil aanwezig is. De onderarmextensoren functioneren hierbij vooral als statische stabilisatoren van de pols. Door deze langdurige spieractiviteit neemt de lokale doorbloeding af, ontstaat metabole vermoeidheid en worden herstelprocessen in de pees minder efficiënt. Het gevolg is een geleidelijke accumulatie van microbeschadigingen binnen het collageennetwerk van de pees. Hierdoor ontwikkelt zich vaak een chronische, degeneratieve tendinopathie die zich kenmerkt door collageendesorientatie, verminderde belastbaarheid en een langzaam progressief klachtenpatroon.
Bij wavewindsurfen is het belastingsprofiel veel dynamischer. De krachten op het tuig veranderen voortdurend door golfslag, chop en wisselende winddruk. Hierdoor worden de onderarmextensoren regelmatig geconfronteerd met onverwachte trekkrachten die de pols richting flexie willen bewegen. Om de pols stabiel te houden moeten de extensoren excentrisch contraheren. Excentrische spiercontracties genereren hogere krachten binnen de pees dan isometrische contracties en veroorzaken daardoor relatief veel mechanische spanning op de peesvezels. Bij herhaalde blootstelling aan deze belasting ontstaan microtraumata die uiteindelijk kunnen leiden tot degeneratieve veranderingen. Het klachtenpatroon ontstaat vaak sneller dan bij slalomwindsurfen en wordt regelmatig uitgelokt door specifieke zware golfsessies of perioden met veel spring- en landingsbelasting.
Freestylewindsurfen vormt waarschijnlijk de meest explosieve belasting voor de onderarmextensoren. Tijdens moderne freestylemanoeuvres zoals de Spock, Flaka, Kono of Burner worden zeer hoge grijpkrachten gecombineerd met snelle rotaties van het lichaam en plotselinge veranderingen in de trekkracht van het tuig. Bovendien moeten de onderarmspieren tijdens landingen grote schokbelastingen absorberen die via mast en giek worden doorgegeven aan de bovenste extremiteit. De pees wordt hierbij niet alleen excentrisch belast, maar ook blootgesteld aan zeer hoge piekspanningen. Hierdoor kunnen bestaande degeneratieve veranderingen sneller symptomatisch worden of kan acute irritatie ontstaan van reeds kwetsbaar peesweefsel. Vanuit biomechanisch oogpunt vertoont freestylewindsurfen daarom overeenkomsten met racketsporten zoals tennis en squash, waarin eveneens hoge excentrische en piekbelastingen op de extensorpees voorkomen.
Samenvattend kan worden gesteld dat slalomwindsurfen voornamelijk leidt tot cumulatieve overbelasting door langdurige isometrische spieractiviteit, wavewindsurfen vooral wordt gekenmerkt door repetitieve excentrische belasting als gevolg van wisselende zeildruk en golfimpact, terwijl freestylewindsurfen de hoogste piekbelastingen genereert door explosieve manoeuvres en harde landingen. Hoewel de uiteindelijke peespathologie vergelijkbaar kan zijn, verschillen de ontstaansmechanismen dus wezenlijk tussen de disciplines.
Daarom ontstaat in:
Slalom
Vooral:
* degeneratieve overbelasting
* vermoeidheidsgerelateerde tendinopathie
Wave
Vooral:
* repetitieve microtrauma
* excentrische beschadiging
Freestyle
Vooral:
* piekbelasting
* acute aggravatie van bestaande degeneratie
⸻
Risicofactoren Specifiek voor Windsurfers
Belangrijke factoren zijn:
Materiaal
* te korte trapezelijnen
* te lage giek
* te kleine zeilen in onderpowered omstandigheden
* onvoldoende downhaul
Techniek
* varen met gebogen polsen
* “hook grip” op de giek
* teveel trekken met de armen
Interessant is dat windsurfers op internetfora vaak beschrijven dat klachten toenemen tijdens onderpowered wave sailing waarbij veel “sloggen” nodig is en de pols langdurig in een gebogen positie blijft.
Fysieke Factoren
* verminderde onderarmkracht
* beperkte schoudermobiliteit
* verminderde thoracale rotatie
* leeftijd > 35 jaar
⸻
Conclusie
Peesirritatie van de onderarmextensoren bij windsurfen is meestal geen ontstekingsproces maar een degeneratieve tendinopathie van voornamelijk de extensor carpi radialis brevis. Het onderliggende mechanisme bestaat uit herhaalde microtraumata, collageendegeneratie en angiofibroblastische veranderingen.
De ontstaanswijze verschilt per discipline:
* Slalom: voornamelijk langdurige isometrische overbelasting door continue zeildruk.
* Wave: voornamelijk excentrische belasting door wisselende trekkrachten van golven en chop.
* Freestyle: combinatie van hoge grijpkrachten, explosieve belasting en schokabsorptie tijdens manoeuvres en landingen.
Vanuit pathofysiologisch perspectief lijkt freestyle de hoogste piekbelasting op de extensorpees te genereren, terwijl slalom waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de grootste cumulatieve belasting over een lange sessieduur.
⸻
Literatuur
1. Nirschl RP, Ashman ES. Elbow tendinosis/tennis elbow. Clin Sports Med. 2003.
2. Coonrad RW, Hooper WR. Tennis elbow: its course, natural history and conservative management.
3. Ahmad Z et al. Lateral epicondylitis of the elbow. Bone Joint J. 2013.
4. Ma KL et al. Management of Lateral Epicondylitis: A Narrative Literature Review. Pain Research and Management. 2020.
5. Landesa-Piñeiro L, Leirós-Rodríguez R. Physiotherapy treatment of lateral epicondylitis: A systematic review. 2022.
6. Common Tendinopathies Around the Elbow; What Does Current Evidence Say? EFORT Open Reviews. 2021.
7. Biomechanics of Lateral Epicondylitis. Physiopedia.
8. Lateral Epicondylitis: Review and Current Concepts. Journal of Hand Surgery. 2007.
9. A Potential Factor in the Pathophysiology of Lateral Epicondylitis: The Long Sarcomere Length of the ECRB Muscle. Medical Hypotheses. 2019.
10. Di Felice PA et al. The Beneficial Effects of Eccentric Exercise in the Management of Lateral Elbow Tendinopathy. J Clin Med. 2021.
11. Medscape Sports Medicine. Elbow and Forearm Overuse Injuries. Updated 2024.
12. Ervaringen van windsurfers met epicondylopathie en materiaalinstellingen. Reddit Windsurfing Community.