Slalomwindsurfen behoort biomechanisch tot de meest belastende disciplines binnen het windsurfen. De combinatie van hoge snelheden, langdurige trapeze-belasting, krachtige pompbewegingen en asymmetrische rotatiekrachten op romp en schoudergordel zorgt voor een specifieke belasting van de schoudermusculatuur. Binnen deze context worden vooral twee soorten overbelastingsproblemen gezien: rotator cuff-blessures en irritaties van de musculus latissimus dorsi. Hoewel beide aandoeningen zich kunnen presenteren als schouderpijn, verschillen zij wezenlijk in ontstaan, biomechanica en belastingspatroon.
Anatomische en functionele verschillen
De rotator cuff bestaat uit vier spieren:
* supraspinatus
* infraspinatus
* teres minor
* subscapularis
Hun primaire functie is het dynamisch centreren van de humeruskop in het glenoïd tijdens armbewegingen. Vooral de supraspinatus en infraspinatus zijn kwetsbaar voor overbelasting bij repetitieve trekkrachten en langdurige statische belasting.
De musculus latissimus dorsi daarentegen is een grote krachtige spier die verantwoordelijk is voor:
* extensie van de schouder
* adductie
* interne rotatie
* krachttransmissie tussen romp en arm
Bij slalomwindsurfen functioneert de latissimus dorsi als een belangrijke “power muscle” tijdens het hangen in de trapeze en het controleren van het zeil bij hoge snelheden.
⸻
Ontstaan van rotator cuff-blessures bij slalomwindsurfen
1. Repetitieve stabilisatie onder hoge trekkrachten
Tijdens slalomvaren hangt de surfer langdurig in de trapeze terwijl grote krachten via de giek op de schouder worden overgebracht. Hierdoor moet de rotator cuff continu de humeruskop stabiliseren tegen craniale translatie.
De cuff werkt hierbij grotendeels isometrisch en excentrisch.
Bij langdurige belasting ontstaan:
* microtraumata in de pezen
* verminderde doorbloeding
* peesdegeneratie
* tendinopathie
Vooral de supraspinatuspees bevindt zich hierbij in een kwetsbare positie onder het acromion.
2. Scapulaire dyskinesie
Vermoeidheid van de scapulaire stabilisatoren leidt tot een veranderde scapulabeweging. Hierdoor ontstaat:
* meer anterieure tilt
* interne rotatie van de scapula
* verminderde subacromiale ruimte
Dit verhoogt de compressie op de supraspinatuspees.
Onderzoek toont aan dat overhead-atleten met cuffproblematiek vaak afwijkende scapulaire kinematica vertonen.
3. Excentrische overload tijdens chop en gusts
Bij harde windvlagen of impact van chop moet de cuff plotseling hoge stabiliserende krachten opvangen. Vooral de infraspinatus en teres minor worden hierbij excentrisch belast.
Deze herhaalde piekbelasting kan leiden tot:
* partiële cufflaesies
* irritatie van de inserties
* posterieure schouderpijn
4. Vermoeidheid en spieronevenwicht
Langdurig varen veroorzaakt vermoeidheid van externe rotatoren terwijl interne rotatoren dominant blijven. Hierdoor raakt de humeruskop minder goed gecentreerd.
Prospectieve studies tonen aan dat zwakte van externe rotatoren en verminderde ROM risicofactoren zijn voor cufftendinopathie bij overhead-atleten.
⸻
Ontstaan van latissimus dorsi-irritatie bij slalomwindsurfen
1. Langdurige tractiebelasting via trapeze en giek
De latissimus dorsi levert een groot deel van de trekkracht tijdens:
* accelereren
* pompen
* controleren van grote zeilen
* varen in overpowered omstandigheden
In tegenstelling tot de cuff werkt de latissimus meer als een globale krachtgenerator.
Door langdurige tractie ontstaat:
* verhoogde tonus
* myofasciale irritatie
* tendinopathie nabij de humerale insertie
De belasting is hierbij vooral concentrisch en statisch.
2. Rotatiekrachten tussen romp en schouder
Slalomvaren vereist voortdurende rotatiecorrecties van romp en bekken terwijl de armen relatief gefixeerd blijven aan de giek.
Daardoor ontstaat een torsiebelasting op de latissimus dorsi, vooral:
* bij gijpen
* tijdens spin-outs
* bij abrupte correcties in chop
Dit veroorzaakt vaak irritatie in de okselregio of posterolaterale thoraxwand.
3. Explosieve pompbewegingen
Bij het pompen om sneller te accelereren levert de latissimus krachtige concentrische contracties.
De beweging bestaat uit herhaalde:
* schouderextensie
* adductie
* interne rotatie
Hierdoor ontstaan hoge trekkrachten op de musculotendineuze overgang.
In tegenstelling tot cuffletsels ontstaat hier minder compressieproblematiek en meer trekkracht-geïnduceerde irritatie.
4. Ketengerelateerde overbelasting
De latissimus maakt deel uit van een myofasciale keten met:
* thoracolumbale fascie
* gluteus maximus
* contralaterale schuine buikmusculatuur
Beperkte thoracale mobiliteit of romprotatie leidt tot compensatoire overbelasting van de latissimus.
Hierdoor presenteren klachten zich vaak diffuus:
* okselpijn
* flankpijn
* posterieure schouderpijn
* thoracale stijfheid
Rotator cuff-blessures en latissimus dorsi-irritaties presenteren zich beide vaak als schouderklachten bij slalomwindsurfers, maar verschillen duidelijk in biomechanisch ontstaan, belastingspatroon en klinische presentatie.
Bij rotator cuff-problematiek ligt het primaire mechanisme vooral in compressie en stabilisatie-overbelasting van de schouder. De rotator cuff functioneert voornamelijk als lokale stabilisator van het glenohumerale gewricht. Tijdens slalomwindsurfen wordt deze musculatuur langdurig excentrisch en isometrisch belast om de humeruskop gecentreerd te houden tijdens hoge trekkrachten op de giek en trapeze. Hierdoor ontstaan microtraumata, peesirritatie en uiteindelijk tendinopathie of partiële cuffletsels.
De pijn bij cuffletsels bevindt zich meestal aan de laterale zijde van de schouder en neemt vaak toe tijdens bewegingen boven schouderhoogte of bij abductie en exorotatie. Vermoeidheid van de scapulaire stabilisatoren speelt hierbij een belangrijke rol, omdat scapulaire dyskinesie leidt tot een verminderde subacromiale ruimte en verhoogde compressie van met name de supraspinatuspees. Vooral de supraspinatus en infraspinatus zijn kwetsbaar voor overbelasting.
Latissimus dorsi-irritaties ontstaan daarentegen voornamelijk door langdurige trekkrachtbelasting en krachtige spiercontracties tijdens accelereren, pompen en controleren van grote zeilen. De latissimus dorsi functioneert meer als een globale krachtspier dan als een lokale stabilisator. De belasting bestaat hierbij vooral uit concentrische en statische spieractiviteit.
Klachten van de latissimus dorsi presenteren zich vaker in de okselregio, posterieure thoraxwand of achterzijde van de schouder. Pijn ontstaat vooral tijdens krachtige trekbewegingen, pompen of rotatiecorrecties van romp en schouder. In tegenstelling tot cuffletsels speelt compressie hier een veel kleinere rol; de klachten zijn eerder het gevolg van trekkracht-geïnduceerde irritatie van de musculotendineuze overgang.
Daarnaast is de latissimus dorsi sterk verbonden met de thoracolumbale fascie en de myofasciale ketens van romp en bekken. Beperkte thoracale mobiliteit of verminderde romprotatie kan daardoor leiden tot compensatoire overbelasting van deze spier. De klachten zijn vaak diffuser en kunnen uitstralen naar flank, oksel of thoracale regio.
Samenvattend kan gesteld worden dat rotator cuff-blessures vooral ontstaan door stabilisatieproblemen en subacromiale compressie tijdens excentrische belasting, terwijl latissimus dorsi-irritaties voornamelijk voortkomen uit krachtige tractiebelasting, pompbewegingen en rotatiekrachten binnen de totale bewegingsketen van romp en schouder.
Samenvatting
Hoewel rotator cuff-blessures en latissimus dorsi-irritaties beide frequent voorkomen bij slalomwindsurfers, verschillen zij fundamenteel in biomechanisch ontstaan.
Rotator cuff-problematiek ontstaat voornamelijk door:
* dynamische stabilisatieproblemen
* scapulaire dyskinesie
* subacromiale compressie
* excentrische overbelasting
Latissimus dorsi-irritaties ontstaan vooral door:
* langdurige tractiebelasting
* krachtige pompbewegingen
* torsiekrachten tussen romp en arm
* overbelasting van de myofasciale keten
Voor de fysiotherapeutische aanpak betekent dit dat cuffletsels vooral vragen om:
* scapulaire controle
* cuff-endurance
* exorotatortraining
Terwijl latissimusklachten meer profiteren van:
* thoracale mobiliteit
* ketenintegratie
* load management
* myofasciale ontspanningstechnieken
Literatuur
1. Fu X, Yung PSH, Ma CC, Leong HT. Scapular Kinematics in Athletes With and Without Rotator Cuff Tendinopathy: A Systematic Review. J Sport Rehabil. 2020.
2. Kwan CK, Ko MC, Fu SC et al. Are muscle weakness and stiffness risk factors of the development of rotator cuff tendinopathy in overhead athletes: a systematic review. 2021.
3. Leong HT, Hug F, Fu SN. Increased Upper Trapezius Muscle Stiffness in Overhead Athletes with Rotator Cuff Tendinopathy. PLoS One. 2016.
4. Ludewig PM, Reynolds JF. The association of scapular kinematics and glenohumeral joint pathologies. J Orthop Sports Phys Ther.
5. Lewis JS. Rotator cuff related shoulder pain: assessment, management and uncertainties. Manual Therapy.
6. Langenberg LC et al. The Surfer’s Shoulder: A Systematic Review of Current Literature and Potential Pathophysiological Explanations of Chronic Shoulder Complaints in Wave Surfers. Sports Medicine Open. 2021.
7. Shoulderdoc. Biomechanics of the Shoulder in Overhead Athlet